ECLI:NL:HR:2006:AZ0760
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding met zelfstandige peildatumwaardering
Partijen zijn op 24 mei 2000 in gemeenschap van goederen gehuwd. Na hun echtscheiding vroeg de man de rechtbank om de echtscheiding uit te spreken en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap te regelen. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en stelde bij eindbeschikking de verdeling van de gemeenschap vast, waarbij de vrouw onder meer de helft van de waarde van de holding, de inboedel en de overwaarde van de woning werd toegekend.
De vrouw stelde hoger beroep in tegen de verdeling, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde. Het hof vernietigde de wijze van verdeling en stelde deze opnieuw vast, waarbij onder meer de aandelen in de holding aan de man werden toegedeeld en de inboedel aan de vrouw. De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte geen duidelijke peildatum voor de waardering van de goederen had vastgesteld. Omdat partijen hierover geen overeenstemming hadden en de rechtbank zich hierover niet had uitgelaten, moest het hof zelfstandig de peildatum bepalen. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het hof en verwees de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van een zelfstandige peildatumvaststelling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing en verwijst zaak terug voor nieuwe verdeling met zelfstandige peildatumvaststelling.