ECLI:NL:HR:2006:AZ1108

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/033HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over verdeling pensioenrechten en alimentatie na echtscheiding

De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de verdeling van pensioenrechten die de man tijdens het huwelijk bij het ABP heeft opgebouwd en de alimentatieverplichting na echtscheiding.

De man verzocht de rechtbank om de alimentatieverplichting te beëindigen met ingang van 15 april 2004, wat de rechtbank toewijst. De vrouw vordert primair het recht op een deel van het pensioen en subsidiair een bijdrage in haar levensonderhoud. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank die de alimentatie beëindigt en wijst de overige vorderingen af.

De vrouw stelt beroep in cassatie in, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep zonder nadere motivering. Hiermee blijft de beëindiging van de alimentatie en de afwijzing van het pensioenrecht in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de alimentatie en het afwijzen van aanspraken op pensioenrechten.

Uitspraak

22 december 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/033HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E.F.A. Linssen-van Rossum,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 april 2004 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht - met wijziging van het vonnis van die rechtbank van 17 juni 1981 - de aan verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - te betalen alimentatie ten laste van de man, met ingang van 15 april 2004 vast te stellen op nihil, althans op een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren met vaststelling van een termijn gedurende welke de alimentatieverplichting voortduurt, met de bepaling dat de termijn na ommekomst niet kan worden verlengd.
De vrouw heeft het verzoek bestreden en harerzijds zelfstandig verzocht:
- primair voor recht te verklaren dat de vrouw aanspraak c.q. recht heeft op (een deel van) het pensioen van de man dat bij het ABP is opgebouwd;
- subsidiair te bepalen dat de man voor de duur van 25 jaar aan de vrouw een bijdrage in haar levensonderhoud van € 531,61 bruto per maand is verschuldigd, althans een beslissing te geven als de rechtbank redelijk en passend acht.
De man heeft het verzoek van de vrouw bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 2 november 2004 de verplichting van de man tot betaling van een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw met ingang van 15 april 2004 beëindigd en het meer of anders verzochte afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 14 december 2005 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 10 november 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren O. de Savornin Lohman, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 december 2006.