ECLI:NL:HR:2006:AZ1152

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01312/06 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe belastende omstandigheden

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij de aanvrager was veroordeeld voor diefstal tot een gevangenisstraf van één jaar. De aanvrage tot herziening werd ingediend op grond van een nieuwe verklaring van een betrokkene, afgelegd voor een notaris in 2004, waarin deze terugkomt op eerdere belastende verklaringen.

De Hoge Raad beoordeelde of deze nieuwe verklaring een zodanige nieuwe omstandigheid vormde die bij het eerdere onderzoek niet bekend was en die het ernstig vermoeden wekte dat de uitkomst van de zaak anders zou zijn geweest. De Hoge Raad oordeelde dat de inhoud van de nieuwe verklaring overeenkomt met wat reeds tijdens het hoger beroep was verklaard, zodat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.

Daarmee ontbrak de grondslag voor herziening zoals bedoeld in artikel 457 Sv Pro, lid 1, aanhef en onder 2°, en werd het verzoek tot herziening afgewezen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 12 september 2006.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens ontbreken van nieuwe belastende omstandigheden.

Uitspraak

12 september 2006
Strafkamer
nr. 01312/06 H
MR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 juni 2000, nummer 20/003038-99, ingediend door mr. S. Weening, advocaat te Maastricht, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, ten tijde van het indienen van de aanvrage gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Geerhorst" te Sittard.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 8 december 1999 - de aanvrager ter zake van "diefstal" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een jaar.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. In de aanvrage wordt aangevoerd dat het onderzoek van de zaak destijds niet tot een veroordeling zou hebben geleid indien het Hof kennis had gedragen van de inhoud van de thans overgelegde ten overstaan van een notaris op 19 april 2004 afgelegde verklaring van [betrokkene 1], waarin hij terugkomt op eerder bij de politie afgelegde, voor de aanvrager belastende verklaringen.
3.3. Van de inhoud van die bij de notaris afgelegde verklaring kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend was nu die inhoud overeenkomt met hetgeen [betrokkene 1] blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 25 mei 2000 aldaar heeft verklaard. Reeds daarom is geen sprake van een omstandigheid als hiervoor onder 3.1 genoemd.
3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 12 september 2006.