ECLI:NL:HR:2006:AZ1486
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en loonbetaling bij geschil over arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond centraal of er een arbeidsovereenkomst bestond tussen eiser en verweerder en of achterstallig loon betaald moest worden. Verweerder had eiser en een betrokkene gedagvaard voor betaling van loon. De kantonrechter veroordeelde eiser tot betaling, maar de rechtbank vernietigde dit vonnis en veroordeelde eiser opnieuw tot betaling van een bedrag aan achterstallig loon, vakantiegeld en wettelijke verhoging.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het eindvonnis van de rechtbank. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen, waarbij werd geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen nadere motivering behoefden. De bewijslastverdeling omtrent het bestaan van een dienstverband werd bevestigd volgens artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie en verklaarde het arrest in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann. Hiermee werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en bleef de veroordeling tot betaling van het achterstallig loon en bijkomende bedragen in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het vonnis van de rechtbank tot betaling van achterstallig loon is bekrachtigd.