ECLI:NL:HR:2006:AZ1486

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/243HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 243 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bewijs en loonbetaling bij geschil over arbeidsovereenkomst

In deze zaak stond centraal of er een arbeidsovereenkomst bestond tussen eiser en verweerder en of achterstallig loon betaald moest worden. Verweerder had eiser en een betrokkene gedagvaard voor betaling van loon. De kantonrechter veroordeelde eiser tot betaling, maar de rechtbank vernietigde dit vonnis en veroordeelde eiser opnieuw tot betaling van een bedrag aan achterstallig loon, vakantiegeld en wettelijke verhoging.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het eindvonnis van de rechtbank. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen, waarbij werd geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen nadere motivering behoefden. De bewijslastverdeling omtrent het bestaan van een dienstverband werd bevestigd volgens artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie en verklaarde het arrest in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann. Hiermee werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en bleef de veroordeling tot betaling van het achterstallig loon en bijkomende bedragen in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het vonnis van de rechtbank tot betaling van achterstallig loon is bekrachtigd.

Uitspraak

22 december 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/243HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 24 augustus 2000 [A] Import Export en haar beherende vennoten: eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - en [betrokkene 1] gedagvaard voor de kantonrechter te Amsterdam en, kort gezegd, gevorderd aan [verweerder] achterstallig loon c.a. te betalen.
[Eiser] heeft de vordering afzonderlijk bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 26 juni 2001 [eiser] en [betrokkene] c.s. hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het gevorderde.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Amsterdam.
Bij tussenvonnis van 11 juni 2003 heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast. Blijkens het proces-verbaal van de op 26 augustus 2003 gehouden comparitie van partijen, heeft de rechtbank [verweerder] bij mondeling tussenvonnis tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoren van de zijde van [verweerder] heeft de rechtbank bij eindvonnis van 1 juni 2005 het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, in zoverre opnieuw beslissende:
[eiser] (hoofdelijk) veroordeeld aan [verweerder] te betalen:
- een bedrag van € 81.500,20 bruto ter zake van loon en vakantiegeld, verminderd met € 18.899,95 netto, het verschil te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 april 2000 tot aan de voldoening, en
- een bedrag van € 10.000,-- bruto ter zake van de wettelijke verhoging, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 april 2000 tot aan de voldoening.
De rechtbank heeft voorts haar eindvonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.
Het eindvonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.562,34 in totaal, waarvan € 2.489,59 op de voet van art. 243 Rv Pro. te voldoen aan de Griffier, en € 72,75 te voldoen aan [verweerder].
Dit arrest is gewezen door de raadsheren, H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 december 2006.