ECLI:NL:HR:2006:AZ1662
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling diefstal en overtreding Opiumwet
De aanvrager werd door de politierechter veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens diefstal en een overtreding van de Opiumwet. Later bleek uit onderzoek dat sprake was van persoonsverwisseling; de aanvrager was niet de dader.
Op basis van een dactyloscopisch onderzoek en handtekeningvergelijking werd vastgesteld dat de veroordeelde niet de pleger was. De officier van justitie legde de zaak ter verjaring op en stelde de aanvrager in vrijheid.
De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe feiten een omstandigheid vormen als bedoeld in art. 457 Sv Pro, waardoor de herzieningsaanvraag gegrond is. De Hoge Raad beval opschorting van de tenuitvoerlegging en verwees de zaak naar het gerechtshof voor herbehandeling en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.