ECLI:NL:HR:2006:AZ1670
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie tegen beschikking verlening verlof art. 552p lid 2 Sv
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van een cassatieberoep ingesteld door een betrokkene tegen een beschikking van de Rechtbank Utrecht. Deze beschikking verleende verlof aan de Officier van Justitie om celmateriaal ter beschikking te stellen aan Belgische justitiële autoriteiten, conform een verzoek op grond van art. 552p lid 2 Sv.
De betrokkene stelde beroep in cassatie in, maar de Hoge Raad oordeelde dat op grond van art. 445 Sv Pro cassatie tegen dergelijke beschikkingen alleen openstaat voor het Openbaar Ministerie en de klager. Omdat de betrokkene niet tot deze categorieën behoorde en zijn raadsman het verzoek om namens familie het standpunt toe te lichten niet als klaagschrift werd aangemerkt, kon hij niet ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad nam kennis van het commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal, maar handhaafde het oordeel dat het beroep niet ontvankelijk is. De beschikking van de Rechtbank blijft daarmee in stand en het verzoek tot het verlenen van verlof blijft geldig onder de gestelde voorwaarden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van ontvankelijkheidsgrond.