ECLI:NL:HR:2006:AZ1705
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks executie opgelegde straf in eerste aanleg
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te Leeuwarden de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor bedreiging en eenvoudige belediging, waarbij het vonnis van de politierechter werd vernietigd. De verdachte stelde in hoger beroep een niet-ontvankelijkheidsverweer aan de orde, stellende dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard omdat de opgelegde straf in eerste aanleg reeds was uitgevoerd.
De verdachte had de geldboete die door de politierechter was opgelegd, reeds uitgezeten in de gevangenis. De raadsman voerde aan dat het OM willens en wetens een uitspraak had gepasseerd en dat sprake was van onrechtmatige tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis. Het hof oordeelde echter dat de executie van de straf niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM leidt, ook niet indien deze executie in strijd met artikel 557 Sv Pro heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar eerdere jurisprudentie (HR NJ 1994, 12) waarin is bepaald dat de executie van een opgelegde straf in eerste aanleg niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM in hoger beroep. Het beroep van de verdachte werd verworpen omdat het middel faalde en er geen reden was om ambtshalve te vernietigen.
Uitkomst: Het beroep van de verdachte wordt verworpen; het OM blijft ontvankelijk ondanks executie van de opgelegde straf.