ECLI:NL:HR:2006:AZ1807
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in herzieningsverzoek wegens opzettelijk brandstichten
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 4 november 2003, waarbij de aanvraagster is veroordeeld voor opzettelijk brandstichten met gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen. De rechtbank had een gevangenisstraf van negen maanden opgelegd en een bevel tot verpleging van overheidswege.
De Hoge Raad beoordeelde het herzieningsverzoek en concludeerde dat eerdere gronden reeds ongenoegzaam waren geoordeeld in een eerdere beslissing van 30 mei 2006. Nieuwe aangevoerde omstandigheden wekten geen ernstig vermoeden op zoals bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk, waarmee de eerdere veroordeling en het verplegingsbevel ongewijzigd bleven. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 31 oktober 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk en bevestigt de veroordeling en verpleging.