ECLI:NL:HR:2006:AZ3357
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- J.W. van den Berge
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over wijziging verdeling investeringsaftrek na onherroepelijke aanslag in man-vrouwfirma
Belanghebbende exploiteert samen met haar echtgenoot een vennootschap onder firma sinds 1 januari 1999. Voor het jaar 2000 werd aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een indeling in tariefgroep 2. Belanghebbende verzocht om overheveling van de basisaftrek van haar echtgenoot om in tariefgroep 3 te worden ingedeeld, maar de Inspecteur wees dit af omdat het inkomen van de echtgenoot boven de basisaftrek lag.
Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en paste de winstverdeling aan, waardoor belanghebbende in tariefgroep 3 werd ingedeeld met een belastbaar inkomen van ƒ 37.008. De echtgenoot wilde het volledige bedrag van de investeringsaftrek voor eigen rekening nemen, maar de Hoge Raad oordeelde dat een wijziging van de verdeling van de investeringsaftrek niet mogelijk is nadat de aanslag van een van de firmanten onherroepelijk is geworden.
Omdat de aanslag van de echtgenoot ten tijde van de verklaring van het hof onherroepelijk vaststond, kon de wijziging van de investeringsaftrek niet meer plaatsvinden. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling van het niet-behandelde geschilpunt omtrent de winstverdeling. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.