ECLI:NL:HR:2006:AZ3861
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eindheffing als voordeel uit dienstbetrekking voor premies werknemersverzekeringen
In deze zaak ging het om correctienota's die het Lisv aan belanghebbende had opgelegd over de jaren 1994 tot en met 1997 inzake premies werknemersverzekeringen. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en de Centrale Raad van Beroep werd het besluit van het Lisv vernietigd en terugverwezen voor een nieuw besluit.
De Centrale Raad oordeelde dat wanneer de werkgever de naheffing van loonbelasting niet op de werknemer verhaalt maar zelf betaalt, deze niet-ingehouden loonbelasting als een voordeel uit dienstbetrekking moet worden beschouwd. Dit voordeel vormt de grondslag voor de verschuldigde premies werknemersverzekeringen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat de voorwaarden voor brutering waren vervuld, waardoor het voordeel door de werknemers is genoten in de jaren waarop de correctienota's betrekking hebben. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard, en er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel dat de eindheffing als voordeel uit dienstbetrekking geldt, wordt bevestigd.