ECLI:NL:HR:2006:AZ3873
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag loonbelasting en inkomensbelasting met betrekking tot optievoordeel
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de periode 1998-2000. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, maar het hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag aanzienlijk.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad onderzocht onder meer of het hof terecht had geoordeeld dat er sprake was van een nieuw feit dat recht gaf op een navorderingsaanslag inkomstenbelasting.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie konden worden getoetst. Ook de overige middelen faalden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel van het hof.