ECLI:NL:HR:2006:AZ4640
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie tegen beschikking verlening verlof art. 552p Sv
In deze zaak heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Utrecht waarin verlof werd verleend aan het Openbaar Ministerie om celmateriaal ter beschikking te stellen aan Belgische justitiële autoriteiten. Dit verlof is verleend op grond van artikel 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of betrokkene ontvankelijk is in het cassatieberoep. Volgens artikel 445 Sv Pro is cassatie tegen beschikkingen slechts open voor de partijen die dat wetboek uitdrukkelijk noemt, namelijk het Openbaar Ministerie en de klager. Omdat betrokkene niet tot deze categorie behoort en zijn verzoekschrift niet als klaagschrift is aangemerkt, is hij niet ontvankelijk in het beroep.
De rechtbank had de brief van de raadsman van betrokkene, waarin hij verzocht namens familie hun standpunt toe te lichten, niet opgevat als een klaagschrift. De Hoge Raad bevestigt dat dit niet onbegrijpelijk is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De beschikking tot verlening van verlof blijft daarmee in stand.
De uitspraak is gedaan door de president en vier raadsheren in raadkamer en uitgesproken in openbare terechtzitting op 19 december 2006.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wettelijke ontvankelijkheid.