ECLI:NL:HR:2007:AU3994
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt lineaire afschrijving vastgoed in privésfeer zonder inflatiecorrectie
Belanghebbende, houder van participaties in vastgoedmaatschappen, betwistte de aanslag inkomstenbelasting 1999 vanwege onjuiste afschrijving van zijn onverdeelde aandeel in verhuurde kantoorpanden. Het geschil spitste zich toe op de wijze van berekening van de restwaarde en de afschrijvingsmethode, waaronder de vraag of progressieve afschrijving gerechtvaardigd is en of inflatiecorrectie moet worden toegepast.
Het Hof stelde dat de grondwaarde uit de historische kostprijs moet worden geëlimineerd omdat deze niet door gebruik vermindert, en dat de restwaarde objectief moet worden bepaald zonder inflatoire elementen of andere waardeveranderingen mee te nemen. De afschrijving moet lineair plaatsvinden over de objectieve gebruiksduur van 30 jaar. Progressieve afschrijving werd niet aanvaard omdat het gebruiksnut geen onmiskenbaar onevenredig verloop vertoonde.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp de cassatiemiddelen van de Staatssecretaris en belanghebbende. De Hoge Raad benadrukte dat vermogenswinsten en -verliezen in de privésfeer niet in de inkomstenbelasting worden betrokken en dat de DCF-methode met inflatoire elementen niet passend is. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris en het incidentele beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigt de lineaire afschrijving zonder inflatiecorrectie over de objectieve gebruiksduur.