ECLI:NL:HR:2007:AU3997
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt lineaire afschrijving vastgoed in privésfeer zonder inflatiecorrectie
Belanghebbende hield participaties in vastgoedmaatschappen die commercieel vastgoed bezitten. Het geschil betrof de vraag hoe afschrijving op het onverdeelde aandeel in verhuurde onroerende zaken moet worden berekend, met name of rekening moet worden gehouden met inflatie, restwaarde van de grond, progressieve afschrijving en de gebruiksduur.
Het Hof stelde dat afschrijving lineair dient te geschieden over de objectieve gebruiksduur van de opstal, waarbij de grondwaarde wordt uitgesloten van afschrijving omdat deze niet door gebruik vermindert. De restwaarde wordt vastgesteld zonder inflatiecorrectie of andere waardeveranderingen. Progressieve afschrijving werd verworpen omdat onvoldoende bewijs was voor een onevenredig verloop van het gebruiksnut.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp de cassatiemiddelen van de Staatssecretaris en het incidentele beroep van belanghebbende. De Hoge Raad benadrukte dat vermogenswinsten en -verliezen in de privésfeer niet in de inkomstenbelasting worden betrokken en dat de afschrijving dient te geschieden op basis van historische kostprijs minus restwaarde zonder inflatoire elementen.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, terwijl het incidentele beroep van belanghebbende werd afgewezen zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep en het incidentele beroep ongegrond en bevestigt de lineaire afschrijving zonder inflatiecorrectie.