ECLI:NL:HR:2007:AU6479
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rendementsgrondslag en gelijkheidsbeginsel in inkomstenbelasting 2001
Deze zaak betreft de interpretatie van artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, specifiek over de rendementsgrondslag voor inkomen uit sparen en beleggen. De kernvraag is of de materiële belastingschuld ontstaat vóór of na afloop van het kalenderjaar. Dit is van belang om te bepalen of een betaling van deze schuld vóór het vaststellen van een voorlopige aanslag kan leiden tot een verlaging van de rendementsgrondslag.
Daarnaast wordt onderzocht of het uitsluiten van belastingschulden bij de bepaling van de rendementsgrondslag in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, een fundamenteel beginsel van behoorlijke wetgeving. Tevens wordt ambtshalve onderzocht of premieschulden onder het begrip verplichtingen uit belastingwetten vallen zoals bedoeld in artikel 5.3, lid 3, onderdeel a, van de Wet.
De Hoge Raad heeft in deze uitspraak geen beslissing gepubliceerd, maar de conclusies van de procureur-generaal geven inzicht in de juridische vraagstukken die centraal staan in deze cassatieprocedure.
Uitkomst: De Hoge Raad heeft geen uitspraak gepubliceerd over het tijdstip van ontstaan van de materiële belastingschuld en de toepassing van het gelijkheidsbeginsel bij de rendementsgrondslag.