ECLI:NL:HR:2007:AU8568
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek onderhoudskosten woning tijdelijk ter beschikking gesteld aan derden
Belanghebbende verwierf eind 1998 samen met zijn echtgenote de eigendom van een woning die tijdelijk werd verhuurd aan zijn schoonouders, die vanwege hun hoge leeftijd en gezondheidstoestand niet zelfstandig konden wonen. De schoonouders verlieten de woning in 2001 om in een bejaardentehuis te gaan wonen.
Belanghebbende claimde in zijn aangifte inkomstenbelasting 1999 aftrek van onderhoudskosten voor deze woning. De Inspecteur weigerde deze aftrek op grond van artikel 42a, lid 8, Wet IB 1964, omdat de woning tijdelijk ter beschikking was gesteld aan derden. Het Hof stelde de Inspecteur in het gelijk en oordeelde dat de woning inderdaad tijdelijk ter beschikking stond aan derden, mede gelet op het voornemen van belanghebbende om de woning later zelf te betrekken en de omstandigheden van de schoonouders.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Het oordeel van het Hof bevat geen onjuiste rechtsopvatting en is voldoende gemotiveerd. De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig om de proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof dat de woning tijdelijk ter beschikking stond aan derden wordt bevestigd, waardoor aftrek van onderhoudskosten wordt geweigerd.