ECLI:NL:HR:2007:AV0830
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verenigbaarheid Wet BPM 1992 met EU-recht inzake teruggaafregeling
Belanghebbende, een onderneming in kampeerautohandel, kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd over april 2001. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad toetste de vraag of het ontbreken van een teruggaafregeling in de Wet BPM 1992 in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 90 EG Pro en het vrije goederenverkeer onder artikel 29 EG Pro. Het Hof had geoordeeld dat de BPM-opbrengst niet specifiek bestemd is voor nationale weggebruikers en dat daardoor geen sprake is van verboden discriminatie.
De Hoge Raad onderschreef dit oordeel en verwierp de middelen van belanghebbende die stelden dat het ontbreken van een teruggaafregeling de export van gebruikte auto's zou belemmeren. Het arrest bevestigt dat de BPM een eenmalige belasting is zonder teruggaaf, ongeacht gebruiksduur, en dat dit niet leidt tot ongelijke behandeling in de zin van artikel 29 EG Pro.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM gehandhaafd.