ECLI:NL:HR:2007:AW2321
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt pro rata methode voor aftrek omzetbelasting bij gemengde prestaties
Belanghebbende exploiteerde een SDH telecommunicatie-transmissieuitrusting en verleende in 2001 het gebruiksrecht daarvan tegen een eenmalige vergoeding, gecombineerd met het verstrekken van een lening aan A SA. Bij de aangifte omzetbelasting bracht belanghebbende een bedrag aan voorbelasting in aftrek dat betrekking had op algemene kosten, waaronder een factuur voor administratieve dienstverlening die over twaalf jaar zou worden verricht.
De Inspecteur stond slechts een gedeeltelijke teruggaaf toe, waarna belanghebbende bezwaar maakte en in beroep ging bij het Hof. Het Hof oordeelde dat het verlenen van het gebruiksrecht en het verstrekken van de lening als twee afzonderlijke diensten moesten worden gezien, waarbij het gebruiksrecht belast was en de lening vrijgesteld. Het Hof stelde dat de aftrek van voorbelasting berekend moest worden op basis van de pro rata omzetverhouding over 2001, omdat geen inzicht was gegeven in het werkelijke gebruik.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, stellende dat de aftrek beperkt moest worden tot het deel van de voorbelasting dat aan 2001 toerekenbaar was, omdat de diensten over twaalf jaren werden verleend en in latere jaren uitsluitend vrijgestelde prestaties zouden plaatsvinden. De Hoge Raad verwierp dit beroep, bevestigde de pro rata methode en oordeelde dat de bewijslast voor afwijking van deze methode bij degene ligt die dit betoogt. Het incidentele beroep van belanghebbende werd niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten en wees het cassatieberoep af, waarmee het arrest van het Hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het Hof-arrest bekrachtigd.