ECLI:NL:HR:2007:AX7244
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijstelling dividendbelasting voor Luxemburgse holding op grond van EU-recht
Belanghebbende, een in Luxemburg gevestigde vennootschap, ontving in 2001 en 2003 dividenden van een Nederlandse vennootschap, waarop 25% dividendbelasting werd ingehouden. De Inspecteur verleende gedeeltelijke teruggaaf voor 2001 maar wees bezwaar voor 2003 af. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en gelastte volledige teruggave van de ingehouden dividendbelasting.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in, stellende dat de vaste-inrichtingseis van artikel 4 lid 1 Wet Pro op de dividendbelasting 1965 rechtmatig was. De Hoge Raad overwoog dat deze eis in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal zoals neergelegd in artikel 56 EG Pro, omdat zij buitenlandse minderheidsdeelnemingen discrimineert ten opzichte van binnenlandse.
Het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Denkavit bevestigt dat een dergelijke discriminatie verboden is, ook als er geen verrekening van bronbelasting in de woonstaat plaatsvindt. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde het oordeel van het Hof en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de volledige teruggave van de ingehouden dividendbelasting aan de Luxemburgse holding bevestigd.