ECLI:NL:HR:2007:AY9199
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat tarragrond bedrijfsafvalstof is en veroordeelt zonder vergunning opslag
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij werd veroordeeld voor het zonder vergunning opslaan van meer dan 50 m3 tarragrond, afkomstig van een fritesfabriek, op zijn perceel in de gemeente Reimerswaal.
Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verdachte, politieprocessen-verbaal en foto’s van de opgeslagen tarragrond. Verdachte voerde aan dat zijn bedrijf viel onder het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer, waardoor hij van alle rechtsvervolging ontslagen zou moeten worden. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State had in een eerdere zaak geoordeeld dat tarragrond afkomstig van eigen akkers niet als afvalstof werd beschouwd.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof terecht had vastgesteld dat verdachte tarragrond van de fritesfabriek ontving, die niet uitsluitend afkomstig was van zijn eigen bedrijf, en dat de omvang van de opslag zodanig was dat het niet meer als een akkerbouwbedrijf met open grondteelt kon worden aangemerkt. Daarmee was het Besluit niet van toepassing en was sprake van een inrichting waarvoor een vergunning vereist was. Het beroep in cassatie werd verworpen en de veroordeling bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het zonder vergunning opslaan van tarragrond en wijst het cassatieberoep af.