ECLI:NL:HR:2007:AY9659
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van voorwaardelijk opzet bij HIV-besmetting door onbeschermd seksueel contact
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor zware mishandeling met voorbedachten rade wegens het opzettelijk besmetten van zijn partner met het HIV-virus door onbeschermd seksueel contact. Het hof had geoordeeld dat verdachte een aanmerkelijke kans op besmetting in het leven had geroepen, mede op basis van medische statistieken en het feit dat verdachte zijn partner had voorgelogen over zijn HIV-status.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit een eerdere zaak (HR NJ 2005, 154) en benadrukt dat het gevaar van HIV-besmetting niet automatisch leidt tot voorwaardelijk opzet, tenzij sprake is van bijzondere risicoverhogende omstandigheden. Het hof had ten onrechte het liegen van verdachte betrokken bij de vaststelling van de grootte van de kans op besmetting en had onvoldoende gewicht toegekend aan de terughoudendheid die noodzakelijk is bij strafrechtelijke aansprakelijkheid in deze context.
De medische bewijzen tonen aan dat het slachtoffer in de bewezenverklaarde periode met HIV is besmet door verdachte, maar de kans op besmetting per seksuele handeling (1 op 200 tot 300) en het frequente contact vormen geen bijzondere omstandigheden die de aanmerkelijke kans voor voorwaardelijk opzet rechtvaardigen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van voldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet bij HIV-besmetting.