ECLI:NL:HR:2007:AZ0355
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over baatbelasting en verbetering voorzieningen binnenstad Breda
Belanghebbende was aangeslagen voor baatbelasting wegens voorzieningen in de binnenstad van Breda. Na bezwaar en beroep vernietigde het Hof de aanslag, maar het college van burgemeester en wethouders stelde cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verduidelijkt dat het tot stand brengen van voorzieningen niet alleen nieuwe voorzieningen betreft, maar ook verbeteringen van bestaande voorzieningen, mits deze verbetering wezenlijk is en niet slechts onderhoud. Tevens kan een gemeente kosten van meerdere voorzieningen in één baatbelasting verhalen als deze voorzieningen als een samenhangend geheel zijn uitgevoerd en het geheel wezenlijk is veranderd.
Het Hof had geoordeeld dat het heringerichte gebied niet wezenlijk was veranderd, maar gaf onvoldoende motivering en hanteerde mogelijk een onjuiste maatstaf. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van de gegeven richtlijnen.
De Hoge Raad wijst erop dat kosten van verbetering slechts mogen worden verhaald voor zover zij de kosten van het opheffen van achteruitgang overstijgen. Ook een algehele vernieuwing van een bestaande voorziening mag niet volledig via baatbelasting worden verhaald. Proceskosten worden niet aan de Hoge Raad opgelegd; het verwijzingshof zal hierover beslissen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.