ECLI:NL:HR:2007:AZ0361
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat herinrichting slechts baatbelastingplichtig is bij wezenlijke verandering voorzieningen
De gemeente Breda startte in 1994 met de herinrichting van haar binnenstad en verhaalde een groot deel van de kosten via baatbelasting. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en ging in beroep bij het Hof 's-Hertogenbosch, maar verloor. De Hoge Raad vernietigde die uitspraak en verwees de zaak naar het Hof 's-Gravenhage.
Het Hof 's-Gravenhage oordeelde dat de herinrichting niet leidde tot een wezenlijke verandering van het geheel van voorzieningen in het gebied vergeleken met de oude situatie. De Hoge Raad bevestigt dat een herinrichting alleen als voorziening geldt indien deze leidt tot een wijziging in inrichting, aard of omvang ten opzichte van de oorspronkelijke toestand of de laatste herinrichting.
Onderdelen die louter onderhoud betreffen, maken geen deel uit van de voorziening en moeten worden afgesplitst. Het Hof heeft het toetsingskader correct toegepast en het feitelijke oordeel dat geen wezenlijke verandering heeft plaatsgevonden is niet onbegrijpelijk. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de baatbelastingaanslag is ongegrond verklaard omdat de herinrichting geen wezenlijke verandering van voorzieningen opleverde.