ECLI:NL:HR:2007:AZ0385
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over heffing baatbelasting bij herinrichting binnenstad Breda
De gemeente Breda startte in 1994 met de herinrichting van haar binnenstad en financierde dit deels via baatbelasting. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en ging in beroep bij het Hof 's-Hertogenbosch, maar verloor. De Hoge Raad vernietigde dit vonnis en verwees de zaak naar het Hof 's-Gravenhage.
Het Hof oordeelde dat de herinrichting niet leidde tot een wezenlijke verandering van het geheel van voorzieningen in het gebied ten opzichte van de oude situatie. Daarmee kwalificeerde de herinrichting niet als een voorziening in de zin van de wet, maar als onderhoud. Dit oordeel was feitelijk en niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad bevestigde dat een herinrichting als voorziening geldt indien het geheel van voorzieningen wezenlijk verandert qua inrichting, aard of omvang ten opzichte van de oorspronkelijke toestand of de laatste herinrichting. Onderdelen die louter onderhoud betreffen, worden afgesplitst en maken geen deel uit van de voorziening.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De uitspraak bevat tevens een model voor de beoordeling van baatbelasting bij herinrichting, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen voorzieningen en onderhoud.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing van baatbelasting wordt ongegrond verklaard.