Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2007:AZ0396

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
42758
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging baatbelastingaanslag gemeente Roermond

Belanghebbende kreeg een aanslag in de baatbelasting opgelegd door de gemeente Roermond voor een onroerende zaak. Na bezwaar handhaafde de directeur van de gemeente de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag vernietigde. Het college van burgemeester en wethouders van Roermond stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van het college onderzocht en oordeelde dat het middel faalt op de gronden zoals uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal. Het incidentele cassatieberoep van belanghebbende behoeft geen behandeling omdat het alleen relevant zou zijn indien het principale beroep zou slagen.

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond, bevestigt daarmee de vernietiging van de aanslag door het Hof en veroordeelt het college in de proceskosten. Hiermee wordt de uitspraak van het Hof definitief en blijft de aanslag in de baatbelasting komen te vervallen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Roermond wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de baatbelastingaanslag door het hof blijft in stand.

Uitspraak

Nr. 42.758
8 juni 2007
MvA
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond te Roermond tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 7 oktober 2005, nr. 01/00590, betreffende na te melden aan X N.V. te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in een baatbelasting van de gemeente Roermond.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is ter zake van het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de onroerende zaak a-straat 1 te Q (hierna: de onroerende zaak) een aanslag in de baatbelasting Kloosterwandplein e.o. van de gemeente Roermond opgelegd ten bedrage van ƒ 117.990, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de directeur van de sector bedrijfsmiddelen en organisatie van de gemeente Roermond (hierna: de directeur) is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de directeur alsmede de aanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond (hierna: het college) heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Zij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Het college heeft het incidentele beroep beantwoord.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 14 september 2006 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van zowel het principale als het incidentele beroep in cassatie.
Het college heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.3, 5.5, 5.7 en 5.8.
4. Het incidentele beroep
Nu het principale beroep niet ertoe leidt dat de vernietiging van de aanslag door het Hof ongedaan wordt gemaakt, en het incidentele beroep slechts voor dat geval is ingesteld, behoeft het incidentele beroep geen behandeling.
5. Proceskosten
Wat betreft het principale cassatieberoep zal het college worden veroordeeld in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het principale beroep ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 644 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de gemeente Roermond aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren L. Monné, C.J.J. van Maanen, C. Schaap en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2007.
Van de gemeente Roermond wordt ter zake van het door het college ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 428.