ECLI:NL:HR:2007:AZ1715
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijke tariefindeling successierecht voor neven en nichten
Belanghebbende, een nicht van de erflater, kreeg in 2001 een aanslag successierecht opgelegd volgens tariefgroep III. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het Hof, stelde zij beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het indelen van belastingplichtigen in tariefgroepen en dat het vervallen van een aparte tariefgroep voor kinderen van broers of zusters sinds 1981 niet onredelijk is.
De Hoge Raad verwierp de stelling dat de tariefindeling in strijd zou zijn met artikel 26 IVBPR Pro, artikel 14 EVRM Pro of artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Ook het argument dat het tarief voor tariefgroep III een excessieve last zou vormen, werd niet gevolgd. De Hoge Raad oordeelde dat het tarief van maximaal 68 procent binnen de beoordelingsvrijheid van de wetgever valt.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee blijft de aanslag successierecht voor belanghebbende gehandhaafd volgens tariefgroep III, conform de huidige wettelijke regeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de toepassing van tariefgroep III voor de verkrijging door belanghebbende.