ECLI:NL:HR:2007:AZ3587
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid poging tot oplichting met functionerend kastje bij ING-bank
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het gebruik van een kastje, aangesloten op een ING-bankcomputer, dat via radiosignalen beeldschermbeelden en toetsaanslagen kon overbrengen, een strafbare poging tot oplichting opleverde. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van poging tot oplichting en computervredebreuk.
Het hof stelde vast dat het kastje, hoewel niet optimaal functionerend door constructiefouten, wel degelijk werkte en in staat was om op afstand het beeldscherm van de ING-computer te observeren en toetsaanslagen aan te bieden. Diverse getuigenverklaringen en een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut ondersteunden deze bevindingen.
De verdediging voerde aan dat het kastje een ondeugdelijk middel was en daarom de poging niet strafbaar kon zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof deze klacht terecht verwierp, omdat het kastje in het algemeen geschikt was om het misdrijf te voltooien. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, in stand bleef.
De uitspraak benadrukt dat een poging strafbaar is zolang het middel in beginsel geschikt is om het beoogde doel te bereiken, ook al functioneert het niet perfect. Dit arrest draagt bij aan de jurisprudentie over de strafbaarheid van pogingen met technische middelen in digitale oplichting.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot achttien maanden gevangenisstraf voor medeplegen poging tot oplichting met een functionerend kastje.