ECLI:NL:HR:2007:AZ4705
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over valselijk opmaken van creditfacturen en recht op herziening omzetbelasting
De zaak betreft de vraag of A B.V. valselijk creditfacturen heeft opgemaakt gericht aan de Economische Voorlichtingsdienst (EVD) en of er recht bestaat op herziening van ten onrechte in rekening gebrachte omzetbelasting. Het hof had de verdachte veroordeeld voor valsheid in geschrift wegens het opmaken van credit- en debetfacturen die niet aan de EVD zouden zijn verzonden, met het oogmerk deze als echt te gebruiken.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat A B.V. opzettelijk valselijke facturen heeft opgemaakt. De verklaringen laten ruimte voor het standpunt dat er geen opzet was om de facturen valselijk op te maken. Verder wordt geoordeeld dat het niet verzenden van facturen niet automatisch leidt tot intellectuele valsheid, aangezien de inhoud van de facturen juist was en het niet uitreiken van facturen een aparte strafbepaling kent.
Ten aanzien van het recht op herziening van omzetbelasting verwijst de Hoge Raad naar het arrest van het HvJEG en de Nederlandse beleidsregel die stelt dat herziening pas mogelijk is na uitreiking van een creditfactuur. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het gaat om de valsheid van de creditfacturen en de strafoplegging, wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling, en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de valsheid van creditfacturen en strafoplegging en terugverwezen voor hernieuwde behandeling; het beroep wordt verder verworpen.