ECLI:NL:HR:2007:AZ4730
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verlening verlof tot tenuitvoerlegging Duitse strafvonnis in Nederland onder toepasselijk Europees verdrag
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad die verlof verleende tot de tenuitvoerlegging in Nederland van een gevangenisstraf opgelegd door het Amtsgericht Nordhorn in Duitsland.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het Verdrag inzake overbrenging van gevonniste personen van 1983 toepaste, omdat dit alleen geldt voor gevonniste personen die zich nog in de Staat van veroordeling bevinden. Aangezien de veroordeelde zich reeds in Nederland bevond, is het Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen inzake de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen van 13 november 1991 van toepassing.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank terecht heeft onderzocht of de door de Duitse autoriteiten overgelegde stukken voldoen aan de eisen van het toepasselijke verdrag. Het middel dat stelt dat een 'Beschluss' van het Duitse gerecht niet was overgelegd, faalt omdat deze niet tot de vereiste stukken behoort. Ook het beroep op het ne bis in idem-beginsel wordt verworpen, aangezien het vervallen van een borgsom niet kan worden gezien als het ondergaan van de straf.
Uiteindelijk wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van de Duitse strafvonnis in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verlof tot tenuitvoerlegging van de Duitse gevangenisstraf in Nederland wordt bevestigd.