ECLI:NL:HR:2007:AZ5466
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel en vermindering betalingsverplichting
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van €105.000,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met subsidiair 600 dagen vervangende hechtenis.
Betrokkene stelde op 21 januari 2003 cassatie in, maar de stukken kwamen pas op 10 maart 2006 bij de Hoge Raad binnen, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro werd overschreden. De Hoge Raad oordeelde dat dit aanleiding gaf tot vermindering van de betalingsverplichting met 10%, waarmee het bedrag werd vastgesteld op €94.500,-.
Daarnaast werd het opleggen van vervangende hechtenis door het hof als onterecht beoordeeld, omdat op deze zaak artikel 577c Sv van toepassing is, dat vervangende hechtenis uitsluit. De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover de vervangende hechtenis is opgelegd en verwierp het beroep voor het overige.
De Hoge Raad benadrukte het belang van normhandhaving ondanks de termijnoverschrijding, waardoor het OM ontvankelijk blijft, maar gaf betrokkene een vermindering van de betalingsverplichting. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 20 februari 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor vervangende hechtenis en vermindert de betalingsverplichting tot €94.500,- wegens termijnoverschrijding.