ECLI:NL:HR:2007:AZ5557
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar navorderingsaanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd. De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen deze aanslag niet-ontvankelijk. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde of een brief van belanghebbendes gemachtigde aan de Inspecteur kon worden aangemerkt als een rechtsmiddel tegen de uitspraak op bezwaar. De brief bevatte verzoeken tot herziening en vermindering van de aanslag, maar was niet als rechtsmiddel bedoeld. De Hoge Raad oordeelde dat deze brief niet onder artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht valt, dat betrekking heeft op het aanwenden van rechtsmiddelen.
Daarom was het bezwaar en het daarop volgende beroep niet-ontvankelijk. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee werd bevestigd dat een brief zonder duidelijke bedoeling tot het aanwenden van een rechtsmiddel niet als zodanig kan worden beschouwd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de navorderingsaanslag blijft niet-ontvankelijk.