ECLI:NL:HR:2007:AZ6101
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid binnentreden woning bij hennepteelt na redelijk vermoeden
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt en het aanwezig hebben van hennepplanten in een woning. Het hof had geoordeeld dat er sprake was van een redelijk vermoeden dat in de woning een overtreding van de Opiumwet werd gepleegd, mede gebaseerd op meldingen van anonieme getuigen over hennepgeur en het gedeeltelijk sneeuwvrije dak.
Verdachte stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de politie de woning betrad zonder concreet redelijk vermoeden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het bewijs niet had uitgesloten, omdat de vaststelling van feiten die het verweer van onrechtmatigheid weerleggen niet beperkt is tot wettige bewijsmiddelen. De Hoge Raad bevestigde dat het betreden van de woning op grond van artikel 9 van Pro de Opiumwet gerechtvaardigd was.
Het cassatieberoep faalde, waarna de Hoge Raad het beroep verwerpt en het arrest van het hof in stand laat. De straf omvatte een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Hiermee werd het bewijs van hennepteelt en aanwezigheid van hennepplanten in de woning als rechtmatig verkregen erkend.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen van hennepteelt met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.