ECLI:NL:HR:2007:AZ6108
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-toepasselijkheid artikel 268 Sv bij cumulatie rechter-commissaris en rechter in eerste aanleg
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin hij was vrijgesproken van meerdere tenlasteleggingen. Kern van het geschil was de vermeende schending van artikel 268 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv), omdat de rechter-commissaris die de getuigen hoorde, eerder als rechter in eerste aanleg een tussenvonnis in dezelfde zaak had gewezen.
De verdediging stelde dat deze cumulatie van functies tot nietigheid van het onderzoek leidde, omdat hierdoor de onpartijdigheid van de rechter-commissaris in het geding zou zijn. De Hoge Raad overwoog echter dat artikel 268 Sv Pro niet ziet op deze omgekeerde situatie en dus niet van toepassing is. Bovendien was er geen sprake van schending van andere rechtsregels, zoals artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad bevestigde dat de wetgever met artikel 268 Sv Pro een strikte scheiding wilde waarborgen tussen rechter-commissaris en zittingsrechter om partijdigheid te voorkomen, maar dat deze regeling niet voorziet in de situatie dat een rechter-commissaris eerder als rechter in eerste aanleg optrad.
Het cassatieberoep faalt derhalve en wordt verworpen. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt de verdachte vrijgesproken zoals eerder bepaald.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand waarbij de verdachte vrijgesproken blijft.