ECLI:NL:HR:2007:AZ6645

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/068HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt alimentatiebijdrage na echtscheiding tussen echtgenoten

De man verzocht bij de rechtbank Groningen om echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder alimentatie. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en stelde een bruto alimentatiebedrag van € 2.000 per maand vast. De man ging in hoger beroep tegen dit bedrag bij het gerechtshof Leeuwarden.

Het hof vernietigde het alimentatiebedrag van de rechtbank en stelde een lagere bijdrage van € 1.307 per maand vast, ingaande vanaf de inschrijving van de echtscheiding. De vrouw ging tegen deze beschikking in cassatie bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vrouw niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hiermee bleef de alimentatiebijdrage van het hof in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de alimentatiebijdrage van € 1.307 per maand.

Uitspraak

30 maart 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/068HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 18 november 2002 ter griffie van de rechtbank Groningen ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding uit te spreken tussen hem en verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - met nevenvoorzieningen.
De vrouw heeft het verzoek bestreden en zelfstandig verzocht, voorzover in cassatie van belang, een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud vast te stellen.
De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 8 april 2003 echtscheiding uitgesproken tussen partijen. Na een tweetal tussenbeschikkingen van 2 oktober 2003 en 29 april 2004 heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 20 juli 2004 bepaald dat de man vanaf de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand als uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw een bedrag van € 2.000,-- bruto per maand dient te betalen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij beschikking van 8 maart 2006 heeft het hof, voorzover in cassatie van belang, de beschikking van de rechtbank van 20 juli 2004 vernietigd voor wat betreft de vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en in zoverre opnieuw beslissende, de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud met ingang van 24 april 2003 op € 1.307,-- per maand bepaald.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 maart 2007.