ECLI:NL:HR:2007:AZ6944
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrekbaarheid rente bij participatie in besloten commanditaire vennootschap
Belanghebbende had als commanditair vennoot kapitaal ingebracht in een besloten commanditaire vennootschap (CV) en financierde deze participaties met leningen waarop rente werd betaald. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op die na bezwaar werd verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond.
De kern van het geschil betrof de vraag of de betaalde rente aftrekbaar was als kostenrente in de zin van artikel 35 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof oordeelde dat de inkomsten uit de beleggingen van de CV rechtstreeks aan de vennoten moesten worden toegerekend, maar stelde dat er geen sprake was van een bron van inkomen, waardoor de rente niet aftrekbaar was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof omdat het niet had geoordeeld over het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel en omdat het Hof ten onrechte het beroep niet gegrond had verklaard na een standpuntwijziging van de Inspecteur. De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak verduidelijkt de fiscale behandeling van participaties in besloten CV’s en de toerekening van inkomsten en aftrekbaarheid van rente.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.