ECLI:NL:HR:2007:AZ7118
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft de betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 januari 2006, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De betrokkene werd bijgestaan door mr. J. Kuijper.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep verworpen moet worden. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsvrouwe op deze conclusie. Na beoordeling van de middelen oordeelt de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad acht ook geen reden aanwezig om ambtshalve het bestreden arrest te vernietigen. Derhalve wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het hof in stand. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 3 april 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.