ECLI:NL:HR:2007:AZ7838

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/077HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bijdrage kinderalimentatie tussen voormalig samenwonenden

De vrouw verzocht de rechtbank Haarlem om vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen, conform een eerdere afspraak. De rechtbank stelde een bijdrage van € 200 per maand per kind vast, met ingang van 1 oktober 2004. De man ging hiertegen in hoger beroep bij het hof Amsterdam en verzocht om nihilstelling van de bijdrage. Het hof bekrachtigde echter de beschikking van de rechtbank.

De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de bijdrage in kinderalimentatie zoals vastgesteld door het hof. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2007 door raadsheer E.J. Numann.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vastgestelde kinderalimentatiebijdrage.

Uitspraak

9 maart 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/077HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 9 februari 2005 ter griffie van de rechtbank te Haarlem ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht te bepalen dat de man conform de tussen partijen gemaakte afspraak van 25 augustus 2004 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen, [de kinderen], dient te betalen van € 300,--, althans een in goede justitie te betalen bedrag, per maand per kind.
De man heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 28 juni 2005, met wijziging van de tussen partijen gesloten overeenkomst, bepaald dat de man met ingang van 1 oktober 2004 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen zal betalen van € 200,-- per maand per kind, voor wat betreft de toekomstige termijnen bij vooruitbetaling te voldoen. Het meer of anders verzochte heeft de rechtbank afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De man heeft in hoger beroep verzocht de bijdrage met ingang van 1 oktober 2004 op nihil te stellen.
Bij beschikking van 23 maart 2006 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
Mr. H.J.W. Alt heeft namens de advocaat van de man bij brief van 21 december 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 maart 2007.