ECLI:NL:HR:2007:AZ7863
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid voetganger en toepassing 50%-regel bij aanrijding in het donker
Op 2 januari 1999 werd eiser aangereden door een auto bestuurd door betrokkene 1 op een donkere, niet-verlichte weg buiten de bebouwde kom. Eiser liep ernstig letsel op en droeg overwegend donkere kleding. Hij was onder invloed van alcohol en liep op de rechterweghelft met zijn rug naar het verkeer toe zonder om te kijken.
Eiser vorderde schadevergoeding van de verzekeraar Noordhollandsche, die dit betwistte en stelde dat eiser aan opzet grenzende roekeloosheid had gepleegd, waardoor de 50%-regel niet van toepassing zou zijn. De rechtbank wees eiser 50% van de schade toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vorderingen af, stellende dat eiser zich bewust moest zijn geweest van het gevaar en dat zijn gedrag aan opzet grenzende roekeloosheid vormde.
De Hoge Raad bevestigde dat voor aan opzet grenzende roekeloosheid bewustheid van het gevaar bij het slachtoffer vereist is, maar dat dit bewijs door de aansprakelijke partij kan worden geleverd door feiten en omstandigheden waaruit die bewustheid mag worden afgeleid. Het hof had terecht geoordeeld dat eiser zich bewust moest zijn geweest van het aanzienlijke gevaar en dat zijn gedrag als aan opzet grenzende roekeloosheid moest worden aangemerkt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiser en bevestigde dat de schade volledig voor zijn eigen rekening blijft.
De Hoge Raad benadrukte dat de 50%-regel geldt voor kwetsbare verkeersdeelnemers, maar dat deze niet van toepassing is bij aan opzet grenzende roekeloosheid van het slachtoffer. De stelplicht en bewijslast voor die bewustheid rusten op de aansprakelijk gestelde partij. De omstandigheden van het ongeval, waaronder het ontbreken van straatverlichting, de snelheid van de auto en het gedrag van eiser, rechtvaardigen het oordeel van het hof.
Het incidenteel cassatieberoep van Noordhollandsche behoefde geen behandeling omdat het principale beroep niet slaagde. De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de schade volledig voor rekening van de voetganger blijft wegens aan opzet grenzende roekeloosheid.