ECLI:NL:HR:2007:AZ8165
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over onrechtmatige beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte en schadevergoeding
De Gemeente Middelburg verhuurde bedrijfsruimte aan [verweerder], een huurovereenkomst die oorspronkelijk liep van 1989 tot 1994 en daarna stilzwijgend werd voortgezet. Door wijziging van het bestemmingsplan werd het sportpark waar de kantines zich bevonden gesloten en gesloopt, waarna de Gemeente de huur opzegde met een opzegtermijn van een jaar zonder schadevergoeding aan te bieden.
De kantonrechter stelde het einde van de huurovereenkomst vast op 1 april 2003 en wees de reconventionele schadevordering van [verweerder] af wegens gebrek aan juridische grondslag. Het hof vernietigde dit oordeel deels en kende aan [verweerder] een schadevergoeding van € 50.000 toe wegens onrechtmatig handelen van de Gemeente, die zonder vergoeding een onomkeerbare situatie had gecreëerd door de kantine aan een derde in gebruik te geven.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de Gemeente onrechtmatig handelde door geen schadevergoeding aan te bieden en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de opzegging mede gebaseerd zou zijn op de bereikbaarheid van de kantine voor andere sporters dan de handbalvereniging EMM. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling van de belangenafweging en de toewijsbaarheid van schadevergoeding.
De Hoge Raad benadrukt dat een huurder die meent dat zijn belangen worden veronachtzaamd door beëindiging van de huurovereenkomst, dit moet onderbouwen in verweer, maar dat de rechter bij het vaststellen van het einde van de huurovereenkomst geen schadevergoeding kan toekennen buiten de wettelijke uitzonderingen. De Gemeente is niet onrechtmatig door het niet aanbieden van een schadevergoeding voorafgaand aan het vonnis.
De kosten van het cassatieproces worden deels aan de Gemeente en deels aan [verweerder] opgelegd, met een reservering voor de kosten in het incidentele beroep tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.