ECLI:NL:HR:2007:AZ8572
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens schending mandaatvoorschrift bij uitspraak op bezwaar inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd door de Inspecteur. Het Gerechtshof Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde in cassatie dat bij de uitspraak op bezwaar het mandaatvoorschrift van artikel 10:3, lid 3, Awb was geschonden, omdat degene die het primaire besluit nam ook de uitspraak op bezwaar deed.
De Hoge Raad bevestigde dat dit voorschrift essentieel is en dat schending daarvan leidt tot onbevoegdheid van de beslissing op bezwaar. Het Hof had nagelaten te onderzoeken wie feitelijk de aanslag had opgelegd en wie de uitspraak op bezwaar had gedaan, waardoor het arrest niet in stand kon blijven.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd bepaald dat de gevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar in stand kunnen blijven indien belanghebbende geen belang heeft bij een nieuwe uitspraak. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens schending van het mandaatvoorschrift en de zaak wordt verwezen voor herbeoordeling.