ECLI:NL:HR:2007:AZ9687
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens ontbreken termijnbepaling bijzondere voorwaarde jeugddetentie
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot 22 maanden jeugddetentie, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een bijzondere voorwaarde dat hij zich zou laten opnemen in de Glen Mills School. Het hof liet de termijn voor deze opname echter over aan de behandelaars van de instelling, zonder zelf een termijn te bepalen.
De Hoge Raad oordeelt dat deze voorwaarde neerkomt op een plaatsing in een inrichting en daarmee onder de eisen van artikel 77z, tweede lid, Wetboek van Strafrecht valt. Dit artikel schrijft voor dat de rechter bij het opleggen van een opname in een inrichting een termijn moet bepalen die korter is dan de proeftijd. Het hof heeft deze termijn niet vastgesteld, waardoor het vonnis op dit punt moet worden vernietigd.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting van de strafoplegging. Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, hetgeen bij de nieuwe strafoplegging in aanmerking moet worden genomen.
Het cassatiemiddel van de verdachte wordt verworpen, maar ambtshalve vernietigt de Hoge Raad het arrest voor wat betreft de strafoplegging. De overige onderdelen van het arrest blijven in stand.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een verplichte termijnbepaling bij de bijzondere voorwaarde en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.