ECLI:NL:HR:2007:BA0033
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Toepassing en uitleg van tegenstrijdig belang bij bestuurders in groepsverband volgens art. 2:256 BW
In deze zaak draait het om de uitleg en toepassing van het begrip tegenstrijdig belang in de zin van art. 2:256 BW Pro, waarbij een bestuurder tevens grootaandeelhouder is van twee vennootschappen binnen een groep.
De casus betreft een voorkeursrecht bij de verkoop van onroerend goed tussen twee vennootschappen die door dezelfde persoon werden bestuurd en waarin hij aandeelhouder was. Het hof Arnhem oordeelde dat sprake was van een tegenstrijdig belang 'in abstracto' en dat daardoor het voorkeursrecht niet van toepassing was.
De Hoge Raad stelt dat niet alleen abstracte, maar ook concrete omstandigheden moeten worden betrokken bij de beoordeling van tegenstrijdig belang. Het enkele feit dat een bestuurder meerdere vennootschappen binnen een groep vertegenwoordigt, betekent niet automatisch dat sprake is van tegenstrijdig belang. Er moet worden onderzocht of daadwerkelijk een onverenigbaarheid van belangen bestaat die het handelen van de bestuurder beïnvloedt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat een beroep op art. 2:256 BW Pro niet lichtvaardig mag worden aangenomen zonder voldoende concretisering van het tegenstrijdige belang.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Arnhem en verwijst zaak terug voor verdere behandeling over tegenstrijdig belang bestuurder in groepsverband.