ECLI:NL:HR:2007:BA0492
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring diefstal stroom
De verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor medeplegen van hennepkwekerij en diefstal van stroom. De verdediging voerde aan dat de verdachte slechts zijn naam had verbonden aan het pand en niet betrokken was bij de diefstal van stroom. Het hof oordeelde echter dat de verdachte wel betrokken was en volstond met een opgave van bewijsmiddelen conform art. 359 lid 3 Sv Pro.
De Hoge Raad stelde vast dat art. 359 lid 3 Sv Pro niet van toepassing is indien vrijspraak is bepleit, zoals hier door de raadsman van de verdachte werd gedaan ten aanzien van het tweede feit. Het hof had de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd en had niet mogen volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor het tweede tenlastegelegde feit en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het tweede feit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.