ECLI:NL:HR:2007:BA1767
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest mishandeling wegens onvoldoende motivering noodweerverweer
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor mishandeling van zijn echtgenote in februari 2003, waarbij hij haar rechterarm met kracht greep en omhoog draaide, wat pijn veroorzaakte. De verdediging voerde in hoger beroep noodweer aan, stellende dat de verdachte handelde uit noodzakelijke zelfverdediging vanwege agressief gedrag van het slachtoffer.
Het hof interpreteerde het noodweerverweer als betrekking hebbend op een andere gebeurtenis dan de bewezenverklaarde mishandeling en verwierp het zonder een gemotiveerde beslissing. De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze uitleg niet begrijpelijk heeft gemotiveerd en geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de raadsman zich in het jaartal vergiste, terwijl hij hetzelfde incident beschreef als de verdachte.
De Hoge Raad stelt dat het hof op grond van artikel 358 en Pro 359 Sv verplicht was om een met redenen omklede beslissing te geven op het noodweerverweer. Omdat dit niet is gebeurd, vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.
De Hoge Raad wijst tevens op het belang van een duidelijke motivering bij het al dan niet aannemen van strafuitsluitingsgronden zoals noodweer, en benadrukt dat een algemene formulering omtrent de afwezigheid van strafuitsluitingsgronden niet volstaat als uitdrukkelijke beslissing op een dergelijk verweer.
Het arrest is gewezen door de vice-president Corstens en raadsheren de Savornin Lohman en van Schendel en uitgesproken op 29 mei 2007.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het noodweerverweer en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.