ECLI:NL:HR:2007:BA2142

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
42535
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 1 Besluit proceskosten fiscale proceduresArt. 1 onderdeel a Besluit proceskosten fiscale procedures
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging proceskostenveroordeling in omzetbelastingzaak wegens ontbreken professionele rechtsbijstand

Belanghebbende werd bij aanslagbiljet uit 1998 uitgenodigd tot betaling van omzetbelasting. Tegen deze uitnodiging maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof, dat het beroep gegrond verklaarde, de aanslag vernietigde en de Inspecteur veroordeelde tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.

De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat de proceskostenveroordeling onterecht was omdat niet was gesteld of gebleken dat belanghebbende professionele rechtsbijstand had ingeschakeld, terwijl vergoeding van proceskosten op grond van het Besluit proceskosten fiscale procedures alleen geldt voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest van het Hof waarin de Inspecteur werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding. Het beroep van de Staatssecretaris werd gegrond verklaard en de zaak werd afgedaan zonder verdere behandeling van het middel.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de proceskostenveroordeling wegens ontbreken van professionele rechtsbijstand.

Uitspraak

Nr. 42.535
6 april 2007
AS
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 juli 2005, nr. 03/4051 DK, betreffende na te melden aan X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) gerichte uitnodiging tot betaling van omzetbelasting.
1. Uitnodiging tot betaling, bezwaar en geding voor het Hof
Belanghebbende is bij aanslagbiljet van 18 december 1998 uitgenodigd tot betaling van een bedrag van ƒ 4896 (€ 2221,71) aan omzetbelasting. Het tegen die uitnodiging door belanghebbende gemaakte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur afgewezen.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Gerechtshof te Leeuwarden.
Het Hof, dat de behandeling van de bij het Gerechtshof te Leeuwarden aanhangig gemaakte zaak heeft overgenomen, heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur alsmede de uitnodiging tot betaling vernietigd, en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het Hof heeft termen aanwezig geacht om de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. Het Hof heeft het bedrag van deze kosten vervolgens op grond van artikel 2, lid 1, van het Besluit proceskosten fiscale procedures overeenkomstig het in de Bijlage bij dat besluit opgenomen tarief, vastgesteld op 2 (beroepschrift en verschijnen ter zitting) x 1,5 (gewicht van de zaak) x € 322, in totaal € 966.
3.2. Onderdeel a van het middel strekt ten betoge dat deze veroordeling blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans berust op gronden die de beslissing niet kunnen dragen, nu niet is gebleken van enige door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
3.3. Het middel wordt in zoverre terecht voorgesteld. Toepassing van het in de bijlage bij het Besluit proceskosten fiscale procedures bepaalde omtrent de vergoeding van kosten ter zake van indiening van een beroepschrift en verschijning ter zitting op grond van artikel 2, lid 1, aanhef en letter a, van dat besluit kan, zoals blijkt uit de verwijzing in de evenbedoelde bepaling naar 'de kosten, bedoeld in artikel 1, onderdeel a', slechts betrekking hebben op kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet dat belanghebbende heeft gesteld dat zij zulke kosten heeft gemaakt. Nu uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding evenmin blijkt dat belanghebbende zich in de procedure voor het Gerechtshof te Leeuwarden of het Hof van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand heeft voorzien, heeft het Hof ten onrechte de bestreden veroordeling in zijn uitspraak opgenomen.
's Hofs uitspraak kan derhalve niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Het middel behoeft voor het overige geen behandeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch uitsluitend voorzover de Inspecteur is veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2007.