ECLI:NL:HR:2007:BA2273
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling in strafzaken Opiumwet en poging tot doodslag
De Hoge Raad behandelde op 29 mei 2007 de aanvragen tot herziening van drie in kracht van gewijsde gegane vonnissen, waaronder veroordelingen voor overtredingen van de Opiumwet en poging tot doodslag. De verzoeken waren gebaseerd op de stelling dat sprake was van persoonsverwisseling.
Nader onderzoek, onder meer dactyloscopisch onderzoek en verklaringen van de aanvrager en zijn moeder, toonde aan dat de persoon die destijds werd aangehouden en veroordeeld niet de aanvrager was, maar zijn broer die diens persoonsgegevens gebruikte. Dit leidde tot ernstige twijfels over de juistheid van de oorspronkelijke veroordelingen.
De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheid, als bedoeld in art. 457 Sv Pro, voldoende is om de herzieningsverzoeken toe te wijzen. De tenuitvoerlegging van de vonnissen werd geschorst en de zaken werden verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsverzoeken gegrond en verwijst de zaken naar het Gerechtshof Amsterdam voor nieuwe behandeling.