ECLI:NL:HR:2007:BA2302

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03440/06 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring herzieningsverzoek wegens niet-ontvankelijkheid hoger beroep diefstal

De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij hij niet-ontvankelijk was verklaard in hoger beroep tegen een verstekvonnis wegens diefstal. Het oorspronkelijke vonnis betrof een geldboete van €130,- subsidiair 2 dagen hechtenis.

De Hoge Raad beoordeelde het verzoek op basis van artikel 457 Sv Pro, dat herziening alleen toestaat bij nieuwe feiten die het vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkverklaring of een lichtere straf zou hebben geleid. De aanvrager stelde dat hij het arrest van het hof niet had ontvangen en daardoor geen eerlijk proces had gekregen.

De Hoge Raad oordeelde dat zelfs als het arrest niet was ontvangen, dit niet zou leiden tot een van de in art. 457 Sv Pro genoemde beslissingen. Daarom kon het verzoek niet worden ontvangen. De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en wees het af.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.

Uitspraak

20 maart 2007
Strafkamer
nr. 03440/06 H
DV/IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 december 2005, nummer 20/008826-05, ingediend door:
[aanvrager], Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 11 februari 2005, waarbij de aanvrager ter zake van "diefstal" is veroordeeld tot een geldboete van € 130,-, subsidiair 2 dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt.
3.3. In de aanvrage wordt aangevoerd dat de aanvrager het arrest van het Hof niet heeft ontvangen, zodat hij geen eerlijk proces heeft gekregen.
3.4. Ook indien moet worden aangenomen dat de aanvrager het arrest van het Hof niet heeft ontvangen, zou dat niet kunnen leiden tot een der in art. 457, eerste lid onder 2°, Sv genoemde beslissingen. De aanvrage kan reeds daarom, gelet op de artikelen 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 20 maart 2007.