ECLI:NL:HR:2007:BA2553
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op parallel onderzoek door AIVD en OM zonder schending verdedigingsrechten
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor het medeplegen van vernieling van een hekwerk van TNO. De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de AIVD onderzoek had verricht waarvoor het OM zelf niet bevoegd was, en dat getuigen van de AIVD en KLPD alsmede Landelijke Officieren van Justitie voor terrorismebestrijding gehoord moesten worden.
Het hof verwierp deze verzoeken en oordeelde dat geen sprake was van misbruik van bevoegdheden of détournement de pouvoir, en dat de verdachte door het niet horen van deze getuigen niet in zijn verdediging werd geschaad. De Hoge Raad bevestigde dat de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 een strikte scheiding van taken en bevoegdheden beoogt, maar dat het niet verboden is dat AIVD en OM parallel onderzoek doen indien dit binnen hun eigen taakstelling past.
De Hoge Raad benadrukte dat het OM niet haar opsporingsbevoegdheden mag omzeilen door de AIVD haar bevoegdheden te laten uitoefenen ten behoeve van strafvordering, maar dat in deze zaak onvoldoende aanwijzingen waren voor een dergelijk misbruik. Het beroep in cassatie werd verworpen en de bestreden uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen; het parallelle onderzoek door AIVD en OM is toegestaan en de verdediging is niet geschaad door het niet horen van de gevraagde getuigen.