ECLI:NL:HR:2007:BA2799

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
596
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:1 AwbArt. 78 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen afwijzing verzoek schadevergoeding door CRvB

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) waarin het hoger beroep werd afgewezen tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank over de afwijzing van een verzoek om schadevergoeding.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en stelt vast dat artikel 78 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie bepaalt dat de Hoge Raad alleen kennisneemt van cassatieberoepen indien dit bij wet is toegestaan. Er is echter geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de CRvB inzake de toepasselijkheid van de Algemene wet bestuursrecht op besluiten tot afwijzing van schadevergoedingsverzoeken.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2007.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

Nr. 596
13 april 2007
whk
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z, Duitsland, (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 december 2005, nr. 04/1149 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam van 4 februari 2004 betreffende de afwijzing van een door hem aan de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gedaan verzoek om schadevergoeding.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er zijn geen wettelijke bepalingen die beroep in cassatie openstellen tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake de toepasselijkheid van de Algemene wet bestuursrecht op een beslissing tot afwijzing van een verzoek om schadevergoeding. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2007.