ECLI:NL:HR:2007:BA2922
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Jaarlijkse bonus en vertrekpremie bij bankarbeid: cassatie over bonusberekening
Deze zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een werknemer van een bank en ING Bank N.V. over de vraag of een jaarlijks uitgekeerde bonus moet worden meegenomen bij de berekening van de vertrekpremie volgens een Sociaal Plan. De werknemer vorderde betaling van een bedrag dat het verschil zou zijn tussen zijn eigen berekening van de vertrekpremie inclusief bonus en het door ING uitgekeerde bedrag, alsmede vergoeding van niet-betaalde huisvestingskosten en bonus over 2002.
De rechtbank veroordeelde ING tot betaling van een deel van het gevorderde bedrag. ING stelde hoger beroep in, waarna het gerechtshof het vonnis vernietigde en ING slechts veroordeelde tot betaling van de bonus over 2002. Zowel de werknemer als ING stelden vervolgens cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad verwierp zowel het principale als het incidentele cassatieberoep. De klachten van partijen konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het gerechtshof dat de bonus niet moet worden betrokken bij de vertrekpremie. Tevens werden de proceskosten in cassatie aan beide partijen toegewezen.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoepen en bevestigt dat bonus niet bij vertrekpremie wordt betrokken.